De vier seizoenen
Bomen worden groener,
bloemen gaan weer bloeien,
het wordt steeds een beetje warmer.
Want het is lente, een jaargetij.
Lente, je maakt mij blij.
Lente, een mooi seizoen.
Lente, een dikke zoen.
La la la, la la la la la,
la la la la la, hey oh!
Het blijft nu lang licht,
vakantie in het zicht,
en wij gaan met z'n allen zwemmen.
Want het is zomer, een jaargetij.
Zomer, je maakt mij blij.
Zomer, een mooi seizoen.
Zomer, een dikke zoen.
La la la, la la la la la,
la la la la la, hey oh!
Blaadjes vallen neer,
kijk, ze vallen neer,
zie de bomen kaal worden,
want het is herfst, een jaargetij.
Herfst, je maakt mij blij.
Herfst, een mooi seizoen.
Herfst, een dikke zoen.
La la la, la la la la la,
la la la la la, hey oh!
Kerst komt aan mijn deur,
ruik die dennengeur,
het ruikt zo heerlijk lekker,
want het is winter, een jaargetij.
Winter, je maakt mij blij.
Winter, een mooi seizoen.
Winter, hier een dikke zoen.
Lente, zomer, herfst, winter.








